Akoestisch comfort

Een goed akoestisch comfort dient de volgende doelen:

Goede speechprivacy (beschermen van vertrouwelijk informatie).

Goede spraakverstaanbaarheid/akoestiek.

Tegengaan van hinder door geluiden van buitenaf (van binnen of buiten het gebouw).

Samenhang geluidsaspecten

Ten behoeve van een goed akoestisch comfort zullen de verschillende geluidsaspecten op elkaar afgestemd dienen te worden. Denk hierbij onder andere aan de geluidsisolatie tussen ruimten, de geluidsafname in ruimten en de ruimteakoestiek.

Meerdere geluidsaspecten hebben invloed op ieder van de drie doelen van een goed akoestisch comfort. In Figuur 18 is de invloed zichtbaar gemaakt die geluidsisolatie tussen ruimtes en het achtergrond geluidniveau hebben op speechprivacy.

???

Figuur 18 : Speechprivacy tussen verschillende ruimten. Af te lezen is bijvoorbeeld dat bij een geluidisolatie van 52 dB en een achtergrondgeluidniveau in de ontvangstruimte van 30 dB(A) een goede speechprivacy is bereikt. (Let op: In plaats van D nT;A wordt hier DnT;A;k gehanteerd)

Speechprivacy

Het gebruik van de speechprivacy als criterium heeft als voordeel dat in een rumoerige omgeving niet een overdreven goede wand, en in een erg stille omgeving niet een te slechte wand wordt gekozen.

Voor het stemvolume kan aangehouden worden:

normaal: 55-60 dB(A).

verhoogde stemvolume: 65 dB(A).

luid: 70 dB(A).

Achtergrond geluidniveau

In kleinere kantoren is een achtergrondgeluidniveau (bijvoorbeeld ruis van installaties) van 35-40 dB(A) gewenst, maar zeker niet hoger dan 40 dB(A) omdat dit door de gebruikers over het algemeen als hinderlijk wordt ervaren. Een lager niveau dan 35 dB(A) is echter evenmin wenselijk omdat dan eisen aan de geluidisolatie van de scheidingsconstructie zodanig hoog worden dat hier met normale verplaatsbare scheidingswanden niet aan kan worden voldaan.

In een open kantoorlandschap is een ruisachtig installatiegeluidniveau van circa 40 dB(A) normaal gesproken zonder meer aanvaardbaar, omdat door de gebruikers zelf een geluidniveau wordt veroorzaakt dat naar verwachting 40-45 dB(A) zal bedragen. Een aanmerkelijk lager niveau is zelfs niet gewenst omdat dan de maskering van gesprekken vermindert en dus de akoestische privacy ook minder is. Een gesprek is over het algemeen niet verstaanbaar indien het niveau van het gesprek circa 10 dB onder het achtergrondniveau ligt. Bij een achtergrondgeluidniveau van bijvoorbeeld 45 dB(A) betekent dit dus dat het niveau van het gesprek lager dient te zijn dan 35 dB.

Geluidsisolatie tussen besloten ruimten

Onder de geluidisolatie van een scheidingsconstructie wordt verstaan de mate waarin de aan één zijde van de scheidingsconstructie opvallende geluidenergie weer wordt afgestraald aan de andere zijde van de scheidingsconstructie.

Er kan onderscheidt gemaakt worden in luchtgeluid- en contactgeluid-isolatie.

Aan de geluidisolatie van vertrekscheidende constructies worden in het algemeen hogere eisen gesteld dan aan die van gangwandconstructies, omdat gangen als akoestisch minder kritische (verkeers) ruimten zijn te kwalificeren. Bovendien wordt de geluidisolatie van een gangwand in het algemeen beperkt door de aanwezigheid van een deur.

Indien in een ruimtescheidende constructie over meer dan 40 % van het oppervlak doorzichtglas wordt toegepast, zal door het zicht op de naastgelegen activiteiten doorgaans een beperktere speechprivacy geaccepteerd worden. Een reductie van 2 dB van de geluidisolatie is in dergelijke situaties acceptabel en ook realiseerbaar. Genoemde getalswaarden zijn gestoeld op basis van praktijkervaringen.

In de volgende tabel worden de prestatie-eisen ten behoeve van het akoestisch comfort in de besloten werkomgeving aangeduid.

Prestatieniveau:

Minimaal/maximaal geluiddrukniveau

richting gegeven ruimte

Akoestische richtlijnen besloten ruimten

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

hoge speechprivacy(1)

verhoogde

speechprivacy(2)

besloten

werkplek/ concentratieplek

(1-4 pers.)

a

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verblijfsruimten (DnT,A in dB)

> 45

> 42

> 39

b

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verkeersruimten (DnT,A in dB)

> 33

> 33

> 27

c

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verblijfsruimten via wand met deur (DnT,A in dB)

> 33

> 33

d

luchtgeluiddrukniveauverschil naar sanitair (DnT,A in dB)

> 48

> 48

> 48

e

luchtgeluiddrukniveauverschil naar overige ruimten (DnT,A in dB)

> 45

> 42

> 39

f

contactgeluiddrukniveau naar verblijfsruimten (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 57

< 57

< 57

g

contactgeluiddrukniveau naar verkeersruimten (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 67

< 67

< 67

h

contact-geluiddrukniveau voor huurders- of gebruikersscheiding (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 48

< 48

< 48

Tabel 35 : Prestatie-eisen voor de geluidisolatie van scheidingsconstructies.

Ruimten met hoge speechprivacy als gevolg van de functie, met een min of meer vaste structuur van ruimtescheidingen (bijvoorbeeld in vergadercentra).

Ruimten met verhoogde speechprivacy als gevolg van de functie in een flexibele werkomgeving (mede gerelateerd aan hetgeen realiseerbaar is met flexibele scheidingsconstructies).

Bepalingsmethode:

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”

NEN-EN-ISO 16032: “Acoustics - Measurement of sound pressure level from service equipment in buildings - Engineering method”.

Aanvulling(en)

In Tabel 35 worden de vereiste geluidisolatie-eisen nader aangeduid. Hierbij wordt een referentie-nagalmtijd van 0,5 s gehanteerd.

In het handboek is gekozen voor het hanteren van de grootheden DnT,A en LnT,A op basis van NEN 5077: 2006 incl. C3: 2012. Deze grootheden vervangen Ilu, respectievelijk Ico.

Onder de verkeersruimte wordt verstaan een besloten ruimte, bedoeld voor het bereiken van een andere ruimte. In een verkeersruimte dienen zodoende geen bureaus te staan. De verkeersruimte dient goed op tekening aangegeven te worden.

Geluidsafname open werkplekken

De speechprivacy in open werkplekken is afhankelijk van de afstand tussen bron en ontvanger, akoestische afwerkingen en het heersende achtergrondgeluidniveau.

Een op normale toon gevoerd gesprek heeft een niveau van circa 55-60 dB(A) op 1 m afstand. Op grotere afstand van de spreker daalt dit niveau. In het vrije veld (buiten) is de afname 6 dB(A) per afstandsverdubbeling. In een open kantoorlandschap zonder geluidswerende voorzieningen zoals schermen is een afname van 5 dB(A) per afstandsverdubbeling het maximaal haalbare.

Op 15 m afstand is er sprake van bijna 4 afstandsverdubbelingen en dus een verzwakking van 20 dB(A). Dit resulteert in een geluidniveau van 35 – 40 dB(A). Dit is doorgaans gelijk aan het heersende achtergrondniveau, waardoor een gesprek op 15 m nog verstaanbaar is. In situaties zonder geluidswerende voorzieningen betekent dit dat tot afstanden van 15 - 30 m gesprekken gehoord en deels verstaan kunnen worden.

Bij een situatie tussen werkplek-clusters met andersoortige activiteiten is een grotere afname wenselijk. Met verdiepingshoge tussenschermen en open ‘gangwanden’ is een afname van maximaal 8 a 9 dB(A) per afstandsverdubbeling haalbaar.

Prestatieniveau:

Minimaal/maximaal geluiddrukniveau

richting gegeven ruimte

Akoestische richtlijnen

open ruimten

Categorie 4

Categorie 5

open geclusterde werkplek

(4-8 pers.)

open overlegplek

callcenter

a

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verblijfsruimten (DnT,A in dB)

> 39

> 39

b

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verkeersruimten (DnT,A in dB)

> 27

> 27

c

luchtgeluiddrukniveauverschil naar verblijfsruimten via wand met deur (DnT,A in dB)

> 33

> 33

d

luchtgeluiddrukniveauverschil naar sanitair (DnT,A in dB)

> 48

> 48

e

luchtgeluiddrukniveauverschil naar overige ruimten (DnT,A in dB)

> 33

> 33

f

contactgeluiddrukniveau naar verblijfsruimten (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 57

< 57

g

contactgeluiddrukniveau naar verkeersruimten (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 67

< 67

h

contactgeluiddrukniveau voor huurders- of gebruikersscheiding (LnT,A in dB) (incl. vloerafwerking)

< 48

< 48

Tabel 36 : Richtlijnen voor de geluidreductie tussen open kantoren en aangrenzende ruimten.

Bepalingsmethode:

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”

Aanvulling(en):

STI-waarde

Vooralsnog is in het Handboek afgezien van een kwalificatie van de spraakdiscretie in open ruimten in de vorm van een Speech Transmission Index (STI-waarde). In de definitie van de STI kan indien gewenst de maskering van het achter-grondgeluidsniveau worden opgenomen, met en zonder aanwezigheid van mensen. Voor de STI-waarde als maat voor spraakverstaanbaarheid dan wel spraakdiscretie kan een van de twee onderstaande tabellen worden gehanteerd. De tabellen komen uit verschillende normen. Er is nog geen overeenstemming over de te hanteren waarden.

Spraakverstaanbaarheid

STI [-]

Spraakdiscretie

Uitstekend

> 0,75

Geen

Goed

0,60 – 0,75

Laag

Acceptabel

0,45 – 0,60

Normaal

Matig

0,35 – 0,45

Hoog

Slecht

< 0,30

zeer hoog

Tabel 37 : STI-waarden en bijbehorende beoordeling van spraakverstaanbaarheid. De waarden zijn afkomstig uit de NEN-EN-ISO 9921:2003 annex F.

De vertaling naar spraakdiscretie (en afleiding) is een interpretatie. Het verdient aanbeveling om de STI-waarden te combineren met onderlinge afstand tussen bron en ontvanger, zoals dat in NEN-EN-ISO 3382-3:2012 en wordt gedaan met de parameters rD (distraction distance) en rP (privacy distance).

Spraakdiscretie

STI [-]

Geen

> 0,50

geen, maar minder afleiding

0,20 – 0,50

goed en geen afleiding

< 0,20

Tabel 38 : STI-waarden en bijbehorende beoordeling van spraakdiscretie (en afleiding). De waarden zijn afkomstig uit de NEN-EN-ISO 3382-3:2012 en.

Inrichting open kantoorruimten

De aangehouden richtlijnen voor de categorieën waarbinnen de open kantoorruimten zijn ingepast (in praktische zin) leiden tot de navolgende aanbevelingen, ook gericht op de bedrijfsmatige organisatie:

De werkzaamheden (op het gebied van concentratie en geluidproductie) van bij elkaar te situeren personen dienen zoveel mogelijk gelijksoortig te zijn.

Besprekingen van 4 of meer personen dienen bij voorkeur niet in de open kantoorruimte te worden uitgevoerd.

Het aantal werkplekken in een open werkgebied moet bij voorkeur tot een groepsgrootte van maximaal 4 tot 8 personen beperkt te blijven.

Geluidproducerende activiteiten en apparaten dienen separaat te worden ondergebracht dan wel met geluidsabsorberende wanden/schermen afgeschermd te worden van de werkplekken.

De looproutes dienen bij voorkeur afgeschermd te worden van de werkplekken middels kasten of wanden met een hoogte van circa 1,4 m.

Alle bureaugroepen in de open werkruimte kunnen van elkaar afgeschermd worden met geluidsabsorberende schermen. Deze dienen tenminste 400 mm boven het bureaublad uit te steken, maar niet veel hoger, zodat het visuele contact tussen medewerkers gehandhaafd blijft.

Grote open werkplekken dienen te worden voorzien met een plafondafwerking met een hoge geluidabsorptie (αw ≥ 0,85) ter vermijding van reflecties via het plafond.

Ruimteakoestiek

Een goede akoestische beleving wordt ondersteund door een bij de functie van de ruimte passende nagalmtijd.

In de volgende tabel wordt de maximum nagalmtijd weergegeven. Het gaat hier om de nagalmtijd, gemiddeld over de octaafbanden met middenfrequenties van 250 t/m 2000 Hz. Onderscheid wordt gemaakt in ingerichte en niet-ingerichte ruimten. In niet-ingerichte ruimten zijn wel scheidingswanden, vloerbedekking en plafonds aanwezig.

Daarnaast dienen hinderlijke flutterecho’s vermeden te worden om een goede ruimteakoestiek te kunnen realiseren.

Prestatieniveau:

Soort ruimte

Maximale nagalmtijd (T in s)

Besloten ruimten

Open ruimten

Categorie

1

Categorie

2

Categorie

3

Categorie

4

Categorie

5

Concentratie cellen / belplekken

hoge speechprivacy(1)

verhoogde

speechprivacy(2)

besloten

werkplek

(1-4 pers.)

open geclusterde werkplek

(4-8 pers.)

open overlegplek

callcenter

k

ingerichte ruimte

0,5

0,6

0,6

0,6

0,5

0,5

niet-ingerichte ruimte

0,6

0,8

0,8

0,8

0,6

0,6

Tabel 39 : Richtlijnen voor de nagalmtijd voor kantoorfuncties.

Ruimten met hoge speechprivacy als gevolg van de functie, met een min of meer vaste structuur van ruimtescheidingen (bijvoorbeeld in vergadercentra).

Ruimten met verhoogde speechprivacy als gevolg van de functie in een flexibele werkomgeving (mede gerelateerd aan hetgeen realiseerbaar is met flexibele scheidingsconstructies).

Bepalingsmethode:

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”

Aanvulling(en):

Gekozen is voor een gemiddelde nagalmtijd van 250 – 2000 Hz. Deze is gerelateerd aan de normaal gesproken aanwezige geluidproductie in kantooromgevingen en de relatief eenvoudige configuraties van dergelijke omgevingen. Voor ruimten ≤ 25 m2, geldt daarnaast een eis voor de 125 Hz octaafband die maximaal 1,2 maal de gemiddelde nagalmtijd bedraagt.

Richtlijnen overige akoestische aspecten

Achtergrondgeluidniveau van buitengeluid en installaties

Het achtergrondgeluidniveau bepaalt mede het akoestisch comfort.

In de volgende tabel worden het maximale equivalente achtergrondgeluidniveau weergegeven ten gevolge van buitengeluid (LAeq) en ten gevolge van de technische installaties (Li,A). Deze laatste getalswaarde dient eveneens aangehouden te worden als richtlijn voor de in de ruimten aanwezige apparatuur.

Het maximale equivalente achtergrondgeluidniveau van de technische installaties betreft het totaal aan installatiegeluid van alle continu in werking zijnde installaties. Voor niet continue bronnen, bijvoorbeeld liften en sanitair/vuilwaterafvoer, geldt de eis per bron, gemeten conform NEN5077:2006 + C3 (dus o.b.v. LIA;max).

Prestatieniveaus:

Bron

Besloten ruimten

Open ruimten

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

hoge speechprivacy(1)

verhoogde

speechprivacy(2)

besloten

werkplek/ concentratieplek

(1-4 pers.)

open geclusterde werkplek

(4-8 personen)

open overlegplek

callcenter

i

geluiddrukniveau t.g.v. buitengeluid (industrie-, spoor-, weg-, luchtvaartlawaai) (LAeq in dB)

< 35

< 40

< 40

< 40

< 45

j

installatie-geluiddrukniveau (LIA in dB)

< 35

< 35

< 35

< 40

< 40

Tabel 40 : Richtlijnen voor het achtergrondgeluidniveau van buitengeluid en installaties.

Ruimten met hoge speechprivacy als gevolg van de functie, met een min of meer vaste structuur van ruimtescheidingen (bijvoorbeeld in vergadercentra).

Ruimten met verhoogde speechprivacy als gevolg van de functie in een flexibele werkomgeving (mede gerelateerd aan hetgeen realiseerbaar is met flexibele scheidingsconstructies).

Bepalingsmethode:

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”

Toeslag tonaal geluid

Voor de toetsing van geluid moet ook rekening gehouden worden met bijzondere kenmerken in het geluid, die vanwege hun karakter als extra hinderlijk worden beschouwd. Vaak is dit tonaal en/of impulsachtig geluid.

Indien op de beoordelingslocatie tonaal en/of impulsachtig geluid waargenomen wordt, moet een toeslag van 5 dB(A) op het gemeten equivalente geluidsniveau (LAeq 31,5-20kHz) toegepast worden. Deze toeslag is gebaseerd op de NPR 3438 – “Ergonomie - Geluidhinder op de arbeidsplaats - Bepaling van de mate van verstoring van communicatie en concentratie”.

Geluidproductie ten gevolge van weersinvloeden

Geluidproductie door de gevel/luifel (zoals kraken, tikken, fluitgeluiden of tonale geluiden) ten gevolge van weersinvloeden (windbelasting, temperatuurwisselingen en bezonning) dient te worden voorkomen.

Uitzondering kan worden gemaakt voor de navolgende geluidvormen mits aan de hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Geluid van regen en hagel op gevel- respectievelijk dakdelen dient in kantoren en andere werk- respectievelijk verblijfsruimten (rekening houdend met de diverse indelings-mogelijkheden en uitgaande van een standaarddiepte van 5,4 m en een nagalmtijd van 0,5 s) de 45 dB(A) niet te overschrijden (maximale geluidniveaus).

Windgeluiden met een ruisachtig karakter bij windsnelheden tot circa 5 m/s (gemeten op 10 m hoogte vrije veld meteostation) dienen in binnenruimten het achtergrondgeluidniveau ten gevolge van verkeer en/of technische installaties of een geluidniveau van circa 35 dB(A) niet te overtreffen.

Prestatieniveaus:

Geluidniveau ten gevolge van regen ≤ 45 dB(A).

Geluidniveau ten gevolge van wind (ruis) ≤ circa 35 dB(A).

Bepalingsmethode:

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”

Geluidemissie niet inpandige installaties

Als er installaties aan de buitenzijde van een gebouw geplaatst worden (bijvoorbeeld op het dak) dan dienen deze installaties geen geluidoverlast te veroorzaken. Dit geldt zowel naar de omgeving toe als naar de eigen binnenruimten.

Ter beperking van de geluidoverlast door technische installaties naar de omgeving, worden in het kader van de Wet milieubeheer eisen gesteld. De hieronder benoemde prestatieniveaus gelden voor de geluidsbelasting op de eigen gevels.

Prestatieniveaus:

LA eq ≤ 55 dB(A) bij te openen delen.

LA eq ≤ 60 dB(A) zonder te openen delen.

Bepalingsmethode:

NEN-EN-ISO 16032

Trillingen en bouwlawaai

Voor de bouwfase dient hinder naar en schade aan de omgeving te worden ingeschat.

Schade aan gebouwen, hinder voor personen in gebouwen alsmede storingen aan apparatuur ontstaan als gevolg van trillingen dienen te worden vermeden. Voor de grenswaarden en beoordelingsmethoden wordt aangesloten bij de SBR meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen deel A (Schade aan gebouwen), deel B (Hinder voor personen in gebouwen) en deel C (Storing aan apparatuur).

Bepaling vindt plaats aan de hand van technische specificaties. De te hanteren meetmethode wordt omschreven in de Richtlijnen van de SBR.

Inzake geluidniveaus ten gevolge van bouwactiviteiten in het eigen gebouw kan het volgende worden aangehouden:

Het enige wettelijk voorgeschreven maximaal toelaatbaar geluidniveau op de werkplek heeft relatie met het optreden van blijvende gehoorschade en heeft betrekking op geluidniveaus van 80 dB(A) en hoger, gemiddeld over een werkdag.

Daarnaast worden voor kantoorwerkzaamheden uit het oogpunt van comfort wel richtlijnen en aanbevelingen gegeven, maar geen wettelijk voorgeschreven toelaatbaar niveau. De richtlijnen zoals het Arbo Informatieblad AI-7 ‘Kantoren’ geven aan dat gestreefd dient te worden naar een equivalent geluidniveau van 45 dB(A) gedurende de arbeidstijd met name voor concentratie bij beeldschermgebruik.

Bekend is dat bij geluidniveaus boven de 55 dB(A) het voeren van telefoongesprekken wordt gehinderd. In het algemeen worden onderstaande prestatieniveaus voor kantoorwerkzaamheden aangehouden (geen wettelijke status):

Prestatieniveaus:

Vertrek

Equivalent niveau

continu dB(A)

Equivalent niveau

≤ 1 uur per dag dB(A)

Kantoor

45

55

Tabel 41 : Toelaatbare niveaus in kantoren ten gevolge van bouwactiviteiten.

Bepalingsmethode:

NEN-EN-ISO 16032: “Meting van geluiddrukniveaus van gebouwinstallaties”.

Definities

Speechprivacy: geeft aan in welke mate een gesprek dat in een ruimte wordt gevoerd in een aangrenzend vertrek of een nabije omgeving hoorbaar of verstaanbaar is.

Relevante normen en documenten

NEN 5077: (2006)+C3: (2012) nl “Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden voor geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd”.

NEN-EN-ISO 9921: (2003) ”Ergonomie - Beoordeling van spraakverstaanbaarheid”.

NEN-EN-ISO 16032: (2004) “Meting van geluiddrukniveaus van gebouwinstallaties”.

SBR meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen deel A.

Arbo Informatieblad AI-7 ‘Kantoren’.