Met de jaren groeit de kennis door het uitvoeren van (theoretische) onderzoeken en door praktijkervaring. Dit laatste is niet onbelangrijk, want in de wetenschap blijkt regelmatig dat vanachter het bureau bedachte theorieën in de praktijk soms heel anders uitpakken. Een combinatie van beide, het uitvoeren van onderzoek in de praktijk is daarom erg belangrijk. Hieruit ontstaan vaak nieuwe inzichten die leiden tot andere systemen en modellen. Het artikel over praktijkonderzoek naar aarde lucht warmtewisselaars is hier een mooi voorbeeld van. Dit lijkt een veelbelovend systeem waar we in de toekomst vast meer over zullen horen.
Ook is er een artikel waarin twee methoden worden beschreven voor het modelleren van thermisch comfort: de Gewogen Temperatuur Overschrijdingen (GTO) en de Adaptieve Temperatuur Grenswaarde (ATG) methode. Het ATG model is de beoogde opvolger van de GTO methode. Maar is dit ook terecht?
En natuurlijk veranderen wij ook. In de tijd van ridders en kasteelheren was het van levensbelang dat een gebouw stevig was en een goede beschutting bood tegen vijanden en weersinvloeden. Tegenwoordig willen we meer comfort, en dat vraagt nogal wat, zoals blijkt uit het artikel over het Muiderslot. Dit oude bouwwerk wordt nu als erfenis uit het verleden gebruikt om de bezoeker de sfeer van toen te laten proeven. De originele staat van het gebouw moet daarom zoveel mogelijk behouden blijven. Maar tevens moet het binnenklimaat gericht zijn op het beschermen van de collectie en moet dit zo goed mogelijk aansluiten bij de huidige comforteisen. In het artikel over renovatieproject ‘De Leeuw van Vlaanderen’ staan deze veranderende eisen ook centraal. Hierbij is een bestaand complex ingrijpend aangepast, waardoor de eigenschappen van het complex beter aansluiten bij de huidige omstandigheden en eisen.