Het blad bouwfysica heeft de laatste tijd wat met wind en ventilatie.
Na vijf artikelen in 96, ook in dit nummer weer een windbijdrage.
Haartsen en co zetten voor- en nadelen van rekenen en
meten aan wind naast elkaar. Van waar deze toenemende
belangstelling voor wind en ventilatie? Is het omdat luchtstromingen,
dank zij krachtige rekenapparatuur, stilaan goed berekenbaar
zijn geworden? Of zoekt men een antwoord op steeds
strengere comforteisen, waar naast hygrothermische en akoestische
behaaglijkheid ook luchtkwaliteit en luchtstroming niet
meer weg te denken zijn?
Dat de bewoner op al deze gebieden almaar veeleisender wordt,
leidt zowel tot strengere normering als tot zoeken naar betere
en/of alternatieve constructiemethodes. Van der Aa onderzoekt alvast of een geluidwalwoning op akoestisch vlak enig soelaas
brengt.
Ook opvallend (zeker voor de Vlamingen) is de grote aandacht
die gaat naar het interpreteren van de vele prestatie-eisen.
Gevolg hiervan zijn enerzijds heel wat ‘gelijkwaardige oplossingen’,
doch anderzijds ook de vaststelling dat de regeltjes niet
altijd realistisch lijken. Bults stelt dan ook voor de criteria enigszins
aan te passen, zo niet zijn atria in de woningbouw niet meer
realiseerbaar.
Marc Knapen