2 januari 1994

Categorieën Bouwfysica blad

01-1994

Als afscheids-cadeau aan de redactie heeft Geurt Donze aan het
einde van 1993 een telefonische enquête uitgevoerd onder
Nederlandse lezers van Bouwfysica. De redactie vroeg antwoord
op de vraag of het blad voldoende aansluit bij de wensen
van de lezers en of er nog mogelijkheden voor verbetering zijn.
De waardering voor het blad bij de respondenten is verheugend.
De wensen voor verbetering zijn duidelijk: vooral praktischer en
meer opiniërend. Dat wordt de uitdaging voor de komende
jaren.

Het blad van de Bouwfysica vereniging voor wetenschap
en praktijk, blijft ook het podium voor wetenschappelijke artikelen.
De redactie zal de auteurs nadrukkelijker verzoeken de
relatie tussen de wetenschap en de praktijk aan te geven.
De eerste aanzet wordt ons in de schoot geworpen. Ing. E. Knol
en ing. E. de Wit, beiden van het bureau Bouwfysica van de
afdeling Bouw- en Woningtoezicht (dS+V) van de gemeente
Rotterdam hebben zich bereid verklaard een rubriek over bouwfysische
aspecten van het Bouwbesluit te verzorgen. Om zo’n
rubriek was op de jaarvergadering in voorjaar 1993 al gevraagd.
Met deze schrijvers is zowel de praktische invalshoek (bouwaanvragen
in de dagelijkse praktijk) als het opiniërende karakter
verzekerd. Gemeenten zoeken immers hun eigen weg bij de
interpretatie van het Bouwbesluit en de discussies met de wetgever
zullen langzaam de toepassing van de regels vorm gaan
geven. We nodigen u uit het blad te gebruiken als forum voor het
spuien van uw vragen en opvattingen over het Bouwbesluit.
Ook met de artikelen over koudebrug-oplossingen van voetdetails,
bouwfysische aspecten van stalen daken en over een
serre-concept dat werkt, hopen we praktische informatie aan te
dragen. Heel specifiek, maar daarom niet minder aardig zijn de oplossingen voor suskasten voor historische panden van de hand
van mw.ing. Els Daems van de gemeente Amsterdam.
Het cultuur- en tempo-verschil tussen de praktijk en de wetenschap
komt tot uiting in een artikel over de opzet van onderzoek
naar radon in woningen en gebouwen. In dit artikel beschrijven
prof. dr. R.J. de Meijer en dr. E.R. van der Graaf hoe vanuit de
wetenschap tegen de radonproblematiek in de bouw wordt gekeken
en in wat voor onderzoektrajecten wordt gedacht (decennia).
In de praktijk moeten we vaak de problemen van vandaag
voor morgen al oplossen. De verwijzing naar de “derde weg” in het RENA-onderzoek illustreert de veelal nog onvoldoende koppeling
tussen (fysische-) wetenschap en bouwfysica-praktijk.
De problematiek van de “derde weg” is gegenereerd door metingen
van radon zonder koppeling met de op dat moment in de
bouwfysica-wereld beschikbare kennis over (meting van en
rekenen aan) ventilatie.

Tom Haartsen

Artikelen


Binnenmilieu en Gezondheid
Koudebruggen voorkomen met stroken cellulair glas 2 MB
ing. H. M. Nieman | Adviesburo Nieman BV te Utrecht

Binnenmilieu en Gezondheid
De stilte van Berlage suskasten in de Gordel ’20-’40 3 MB
Ing. Els Daems | Bouw- en Woningdienst Amsterdam

Warmte, Lucht en Vocht
Metalen daken, aanbevelingen voor ontwerp en detaillering 3 MB
ing. A. F. Tietz, dr. ir. J. G. N. Lecompte

Energie en Milieu
Serres en natuurlijke ventilatie Volwassen concept toegepast in EG-demonstratieprojekt te Spijkenisse 3 MB
G.I. Donze, J.M. Boonstra | Woon en Energie, Gouda

Binnenmilieu en Gezondheid
Naar een radon-arm binnenhuismilieu 2 MB
prof. dr. R.J. de Meijer, dr. E.R. van der Graaf | Kernfysisch Versneller Instituut Rijksuniversiteit Groningen